Werk voor (uitgeprocedeerde) asielzoekers in Nederland?

Deze week belde een bezorgde burger die een uitgeprocedeerde asielzoeker in zijn eigen huis opvangt naar het Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt. Deze man, ondernemer, snapt Nederland niet: ‘Waarom krijgt mijn gast niet een tijdelijke vergunning, waardoor hij kan bewijzen wat hij waard is? Als hij binnen een bepaalde periode werk kan vinden, laat hem dan blijven! Ik wil hem graag in dienst nemen, maar dat durf ik nu niet. En ik ken wel meer ondernemers die op zoek zijn naar gemotiveerde werknemers.’

Duitse werkgevers zitten met hetzelfde probleem. Zij hebben moeite om hun vacatures op te vullen, en vragen de politiek meer ruimte om asielzoekers als werknemers te kunnen behouden. Zelfs in Bundesland Beieren, waar de weerstand tegen asielzoekers hoog is, vragen werkgevers aan de Federale overheid om asielzoekers die bij hen werken niet uit te zetten. Zij zouden makkelijker een status als arbeidsmigrant moeten kunnen krijgen. Kan Nederland wat leren van de discussie in Duitsland?

De werkloosheid in Nederland is vergelijkbaar met die in Duitsland: 3,7% van de beroepsbevolking is momenteel werkloos, in Duitsland is dat 3,5%. Ook in Nederland hebben werkgevers moeite om geschikte en gemotiveerde werknemers te vinden. In tegenstelling tot Duitsland, waar asielzoekers gestimuleerd worden om te werken, is het voor asielzoekers in Nederland moeilijk om werk te vinden – zij moeten eerst zes maanden wachten, en werkgevers hebben toestemming van het UWV nodig. Uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland mogen helemaal niets doen, terwijl in Duitsland ook uitgeprocedeerde asielzoekers mogen werken of studeren zolang ze niet uitzetbaar zijn. Net zoals in Duitsland kunnen asielzoekers niet zomaar een status als arbeidsmigrant krijgen. Uit deze vergelijking blijkt dat ook Nederlandse werkgevers waarschijnlijk ruimte zien voor aanpassing het arbeidsmarktbeleid voor asielmigranten.

Voor asielzoekers is het belangrijk als zij meer mogen werken. Uit onderzoek[1] blijkt dat gedwongen nietsdoen leidt tot passiviteit, meer risico op trauma’s en minder kans op succesvolle integratie. Nietsdoen maakt bovendien ook de terugkeer moeilijker als asielzoekers afgewezen worden: na langdurige gedwongen passiviteit is het moeilijk om energie op te brengen voor een nieuwe start in het herkomstland. Bovendien: terugkeer met opgeheven hoofd is veel makkelijker dan terugkeer als looser.

Als hulpverleners aan uitgeprocedeerde asielzoekers schreven we daarom een Manifest[2], waarin we pleiten voor recht op (vrijwilligers) werk en studie. Het is belangrijk dat de wettelijke belemmeringen opgeheven worden, zeker in het kader van de nieuwe landelijke BBB (Bed-Bad-Brood)-regeling waarin begeleiding van uitgeprocedeerden naar duurzaam perspectief centraal staat. We verwijzen daarbij ook naar het Duitse asielsysteem, waar onuitzetbare asielzoekers een Duldung krijgen. Met deze Duldung houden zij recht op sobere opvang en blijven zo in beeld. Ook mogen zij (onder voorwaarden) studeren en werken. Als zij langdurig onuitzetbaar blijken, kan hun verblijf uiteindelijk gelegaliseerd worden. Daarbij weegt de mate van integratie mee. Maar ook al worden zij misschien toch uitgezet, dan was hun tijd in Europa niet voor niets. Doordat zij hun veerkracht konden behouden, zal het hen minder zwaar vallen een nieuwe start te maken in hun herkomstland.

Zowel de Duitse Duldung, als de nieuwe Duitse regels voor toelating als arbeidsmigrant lijken ook in Nederland de moeite van het overwegen waard.

[1] C.J. Laban, Dutch study Iraqi asylum seekers. Impact of a long asylum procedure on health and health related dimensions among Iraqi asylum seekers in the Netherlands. An epidemi-ological study. Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 2010.

ACVZ Verloren tijd, mei 2015

[2] http://iedereen-aandeslag.nl/manifest/

Advertenties

Gescheiden door de immigratiewet

‘We komen net terug uit Marokko, het was erg fijn om mijn partner en de vader van mijn kinderen weer te zien, maar de terugkeer was een drama… ons zoontje van zeven kon niet meer stoppen met huilen, alle bewakers op het vliegveld kregen zo’n medelijden maar niemand kon wat doen’, vertelt een Nederlandse moeder aan de telefoon vandaag. ‘En nu is hij weer zó verdrietig, hij kan niet goed slapen en hij heeft nachtmerries omdat hij zijn vader moest achterlaten. Hoe moet ik hem uitleggen dat zijn vader niet bij ons kan wonen?’

huilend kind

Iemand in Marokko adviseerde haar ons te bellen. Maar Stichting LOS is een tweedelijns-organisatie en kan alleen telefonisch advies geven. We zijn geen advocaten. Wel kunnen we meedenken waar ze het beste terecht kan en welke mogelijkheden er zijn voor een verblijfsvergunning voor haar partner.

Die mogelijkheden lijken in dit geval beperkt: de moeder heeft geen baan, en zelfstandig inkomen is één van de voorwaarden om een partner uit te nodigen. Het ziet er ook niet naar uit dat ze makkelijk een baan zal vinden, met twee kinderen waar ze alléén voor moet zorgen. Verhuizen naar Marokko zit er ook niet in: haar partner heeft geen vaste woonplek en geen inkomen dus hij kan niet voor zijn gezin zorgen.

slapend kind

Misschien biedt in dit geval de band tussen het kind en de vader een kans: als duidelijk is dat het kind erg lijdt onder het gemis van zijn vader, dan is het voor het welzijn van het kind noodzakelijk dat de vader naar Nederland komt. De recente jurisprudentie over de rechten van Nederlandse kinderen (de zaak Chavez-Vilchez) kan misschien gebruikt worden. Daarvoor is het erg belangrijk om objectieve bewijzen te vinden die aantonen dat het het zoontje lijdt vanwege het gemis van zijn vader. Dat kunnen brieven zijn van de school of de huisarts of de kinderpsycholoog, als hij daar bekend zou zijn.

Het voelt niet rechtvaardig, dat een vader na ruim tien jaar in Nederland gedwongen wordt om zijn gezin te verlaten. Helaas is dit de consequentie van het strenge toelatingsbeleid in Nederland.

Unionize! Basic Rights Festival op 30 juni in Amsterdam

Steeds meer mensen stromen binnen, tientallen ongedocumenteerden uit het hele land die zijn gekomen voor de lancering van de website www.basicrights.nl op 30 juni in het Wereldhuis in Amsterdam. Op deze website staan in drie talen de rechten die mensen zonder verblijfsvergunning in Nederland hebben. Zoals het recht op onderwijs, het recht op medische zorg, het recht op veilige aangifte bij de politie. Het is belangrijk om je rechten te kennen, en nog belangrijker om te weten hoe je die kunt realiseren.

In de workshops over onderwijs, werk, politie, EHBO en schrijven van blogs luisteren de aanwezigen aandachtig en stellen relevante vragen. Kunnen ongedocumenteerden geld vragen als ze je helpen met het repareren van je fiets? Hoe voorkom je problemen als je op kinderen past terwijl je geen verblijfsvergunning hebt? Hoe kun je voorkomen dat de politie je oppakt als je als ongedocumenteerde in het huis woont van iemand die verdacht wordt van criminele activiteiten? Kun je cursussen volgen in het reguliere onderwijs, en kun je daar een certificaat voor krijgen? Hoe zorg je dat je ervaringen als ongedocumenteerde zo goed mogelijk gehoord worden? En een heel bijzondere: EHBO-lessen, aangeboden door het Rode Kruis.

De aanwezige deskundigen willen zo goed mogelijk informeren, maar de wetten zijn niet eenvoudig. De FNV wil opkomen voor álle werkers, niet alleen werkers met papieren. Maar er is ook concurrentie, en zwart werk verdringt wit werk. Catelene Passchier, vice-voorzitter van de FNV en ook vice-voorzitter van de ILO, de internationale arbeidsorganisatie, pleit voor een vorm van legalisatie na jarenlang wonen en werken, maar dat zal in Nederland niet makkelijk te realiseren zijn. Mensen van PAO, het Project Activering Ongedocumenteerden van het ASKV in Amsterdam vertellen over de cursussen die zij aanbieden, maar zij kunnen de bezoekers uit Rotterdam en Den Haag niet een vergelijkbare cursus aanbieden. De politie wil zoveel mogelijk ongedocumenteerden de kans geven om veilig aangifte te doen, maar ook zij kunnen niet voorkomen dat onschuldige mensen soms toch naar hun papieren gevraagd worden waardoor ze in vreemdelingendetentie kunnen komen.

Het is daarom des te belangrijker voor de aanwezige ongedocumenteerden om samen te werken en samen op te komen voor hun rechten. Dat gebeurde in het tweede deel, waarin zo’n 30 aanwezige ongedocumenteerden uit onder andere Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Eindhoven samen nadachten over betere samenwerking. Yoonis Osman vertelde hoe We Are Here de stad Amsterdam in beweging heeft gebracht. En Mpanzu Bamenga uit Eindhoven vertelde hoe hij, door het inzetten van zijn hele netwerk, het van ongedocumenteerde jongere tot kandidaat-tweedekamerlid heeft geschopt. Ook andere ongedocumenteerden vertelden hun verhalen; daarmee raakten zij iedereen! De gedeelde ervaringen zijn een goed startpunt voor gezamenlijke actie. Daar wordt de komende maanden mee doorgegaan.

En tenslotte was er eten, muziek en dansen! Daar had helaas niet iedereen meer energie voor – de bezoekers van buiten Amsterdam wilden ook weer op tijd terug reizen.

Zonder reden in detentie

‘Ik snap er niets van’, vertelt de medewerker van VluchtelingenWerk Midden Nederland die ons belt, ‘mijn cliënt is zomaar in vreemdelingendetentie gezet. En nu werd me gezegd dat ik jullie moest bellen.’

detention

Bij stichting LOS is het Meldpunt Vreemdelingendetentie gevestigd, waar we proberen zicht te krijgen op de omstandigheden in Vreemdelingendetentie. Vreemdelingen die vast zitten ‘ter fine van uitzetting’ kunnen gratis bellen op ons 0800-nummer. We helpen dan met individuele en collectieve klachten, bijvoorbeeld over de toegang tot medische zorg, het vervoer naar de rechtbank, het gebruik van strafmaatregelen zoals isolatie. We gaan ook in gesprek met de directie, als dat van toepassing is.

Maar dat is natuurlijk nooit bevredigend. Vreemdelingendetentie is een ‘uiterst middel’, zoals de staatssecretaris schrijft. Het valt mensen heel zwaar om ineens de regie over hun leven kwijt te zijn. In veel gevallen helpt het ook niet om uitzetting te vergemakkelijken. De medewerker van VluchtelingenWerk begrijpt er niets van: ‘de regels zijn overal anders, het is heel onoverzichtelijk. In sommige steden is er noodopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers, in andere steden niet. In sommige steden is de gemeente behulpzaam, in andere niet. Soms is de politie toegankelijk voor ongedocumenteerden, soms niet. Waarom mijn cliënt is vastgezet, snap ik echt niet. Ik ga met de advocaat bellen, en geef hem het telefoonnummer van het Meldpunt Vreemdelingendetentie door.’

Alles is vol!

Vandaag belde iemand van het Leger des Heils in Dordrecht. Er was een jongen aan komen lopen, die uit het Asielzoekerscentrum Gorinchem was gezet omdat hij uitgeprocedeerd was. Volgens de informatie op de website van Stichting LOS zou het Leger des Heils in Dordrecht opvang kunnen bieden, maar de betrokken medewerker was hier niet van op de hoogte. ‘Nee, het Leger des Heils vangt soms wel eens mensen op die nog ‘rechtmatig’ in Nederland zijn. Maar uitgeprocedeerden vallen daar helaas niet onder. Dus sorry, we moeten hem wegsturen, mevrouw’.

Vanuit de Nederlandse Asielzoekerscentra worden dagelijks mensen op straat gezet. Bezorgde vrienden en hulpverleners bellen regelmatig met Stichting LOS met de vraag om onderdak. Er staat een lijst met hulporganisaties op onze website, maar die is niet landelijk dekkend. Als uitgeprocedeerde asielzoekers in een AZC in Zeeland wonen, of in Limburg, of in Friesland, dan is er geen organisatie in de buurt waar wij ze naar toe kunnen verwijzen. En ook al is er wél een organisatie in de buurt, dan nog is het maar de vraag of die organisatie plaats heeft, en of de hulpvrager onder de criteria valt. Vaak kunnen we nergens naar verwijzen.

Telefonisch is het makkelijk om ‘nee’ te zeggen. Het is verleidelijk om afstand te houden: ‘Het is niet ons probleem, hij moet zelf maar wat zoeken, in zijn eigen netwerk…’ Maar waren we niet juist opgericht om de hulp aan ongedocumenteerden toegankelijk te maken?

Alles is vol – maar daar mogen we eigenlijk geen genoegen mee nemen.

Prooi voor mensenhandelaars?

‘Het is nog zo’n puber, die Servische jongen die we nu in huis hebben’, zegt een Amsterdamse vrouw die belt met Stichting LOS. ‘Hij slaapt de hele dag, en ’s nachts is hij op pad. Hij sluit zich af voor ons. Wat kunnen we doen?’

Haar verzuchting gaat over een Servische jongen die op zijn 18de door zijn ouders op straat gezet was. Hij moest het zelf maar rooien. Homo en gehandicapt, dat is niet de beste combinatie. Op de bonnefooi is hij naar Europa getrokken, in de hoop op een betere toekomst. Nu gaat hij zwervend door Europa, steeds op zoek naar mensen waar hij even mag slapen. Meestal oudere mannen, die hij via Grindr vindt, of via zijn nachtelijke uitstapjes langs homo-bars. Dan heeft hij weer even onderdak, tot ze genoeg van hem hebben.

red-umbrella-94328

Nu geniet hij dus tijdelijk van een bed bij een Nederlands gezin. Die willen hem niet gebruiken. Maar hoe kunnen ze hem helpen? Asiel zal hij niet krijgen, want Servie is een ‘veilig herkomstland’. ‘Veilig’, zo voelt het daar niet voor hem. In Nederland komt hij ook niet verder: studeren mag niet zonder verblijfsvergunning, en werken ook niet natuurlijk. Het is geen hoopvol perspectief.

Het Nederlandse gezin zal hem niet voor altijd op gaan vangen. De Amsterdamse BBB-opvang voor mensen zonder verblijfsvergunning is vol. Dus zal hij weer terugvallen op zijn oude gewoonten. Tot nu toe viel hij nog niet in handen van mensenhandelaren. Maar dat risico is groot, natuurlijk. Als het zo ver komt, heeft hij recht op bescherming. Dan kan hij terecht bij de officiële opvang en krijgt hij hulp om zijn leven op te bouwen. Je zou hem gunnen dat het niet zo ver hoeft te komen.

(NB: de personen op de foto zijn niet de personen uit het verhaal)