Gescheiden door de immigratiewet

‘We komen net terug uit Marokko, het was erg fijn om mijn partner en de vader van mijn kinderen weer te zien, maar de terugkeer was een drama… ons zoontje van zeven kon niet meer stoppen met huilen, alle bewakers op het vliegveld kregen zo’n medelijden maar niemand kon wat doen’, vertelt een Nederlandse moeder aan de telefoon vandaag. ‘En nu is hij weer zó verdrietig, hij kan niet goed slapen en hij heeft nachtmerries omdat hij zijn vader moest achterlaten. Hoe moet ik hem uitleggen dat zijn vader niet bij ons kan wonen?’

huilend kind

Iemand in Marokko adviseerde haar ons te bellen. Maar Stichting LOS is een tweedelijns-organisatie en kan alleen telefonisch advies geven. We zijn geen advocaten. Wel kunnen we meedenken waar ze het beste terecht kan en welke mogelijkheden er zijn voor een verblijfsvergunning voor haar partner.

Die mogelijkheden lijken in dit geval beperkt: de moeder heeft geen baan, en zelfstandig inkomen is één van de voorwaarden om een partner uit te nodigen. Het ziet er ook niet naar uit dat ze makkelijk een baan zal vinden, met twee kinderen waar ze alléén voor moet zorgen. Verhuizen naar Marokko zit er ook niet in: haar partner heeft geen vaste woonplek en geen inkomen dus hij kan niet voor zijn gezin zorgen.

slapend kind

Misschien biedt in dit geval de band tussen het kind en de vader een kans: als duidelijk is dat het kind erg lijdt onder het gemis van zijn vader, dan is het voor het welzijn van het kind noodzakelijk dat de vader naar Nederland komt. De recente jurisprudentie over de rechten van Nederlandse kinderen (de zaak Chavez-Vilchez) kan misschien gebruikt worden. Daarvoor is het erg belangrijk om objectieve bewijzen te vinden die aantonen dat het het zoontje lijdt vanwege het gemis van zijn vader. Dat kunnen brieven zijn van de school of de huisarts of de kinderpsycholoog, als hij daar bekend zou zijn.

Het voelt niet rechtvaardig, dat een vader na ruim tien jaar in Nederland gedwongen wordt om zijn gezin te verlaten. Helaas is dit de consequentie van het strenge toelatingsbeleid in Nederland.

Lobbyen voor betere opvang

Met zo’n 20 bevlogen medewerkers van opvangorganisaties voor ongedocumenteerden uit een zevental steden zaten we donderdag 13 juli om de tafel om lobby-methoden uit te wisselen die we kunnen gebruiken bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. Iedereen nam zijn of haar eigen ervaringen mee, wat leidde tot een levendige uitwisseling.

Gelukkig ondersteunen tientallen gemeenten nog steeds opvangorganisaties voor mensen zonder verblijfsvergunning, tegenwoordig BBB (Bed-Bad-Brood) genaamd. In totaal worden hier ongeveer 1500 mensen opvangen. Helaas staat de opvang nu bijna overal onder druk. Het Rijk betaalt er niet meer voor, en de doorstroom stagneert vaak. Dat betekent dat er vanuit de gemeente geld bij moet. Gemeenten hebben enerzijds belang bij de opvang, omdat geen enkele gemeente wil dat mensen onder de brug slapen. Maar ze maken zich ook zorgen om de lange termijn: hoe kan de financiering geborgd worden? En hoe kan de uitstroom verbeterd worden?

Daarom organiseerde Stichting LOS samen met het ASKV uit Amsterdam en Burgerrechtenbeweging Kompass deze lobbytraining voor lokale opvang-organisaties. Vooruitlopend op de aankomende gemeenteraadsverkiezingen wilden we organisaties stimuleren om het belang van de opvang (én de daarbij horende begeleiding) onder de aandacht van de politieke partijen te brengen en te houden.

Om het plaatje weer scherp te krijgen, hadden we Sabine Koppes gevraagd om te vertellen waarom opvang en begeleiding zo belangrijk zijn. Sabine heeft voor Amnesty International onderzocht hoe bewoners van de BBB-opvang in vier gemeenten denken over hun gezondheid en hun toekomst. Haar cijfers waren schokkend: de meerderheid van de bewoners van de opvang heeft fysieke en psychische klachten, en een groot deel heeft zelfmoord-fantasien. Bovendien is de toekomst voor velen een zwart gat. Dat vraagt om deskundige begeleiding, en die blijkt helaas te ontbreken wanneer alleen nachtopvang wordt geboden. Het is duidelijk dat er een maatschappelijk belang is bij professionele opvang.

Opvallend was dat de aanwezige organisaties allemaal al veel ondernomen hadden om hun werk lokaal onder de aandacht te brengen. Ze hadden contact met de lokale ambtenaar, wethouder, raadsleden en waar mogelijk zelfs met de burgemeester. Ze hadden lokale partijen uitgenodigd om te komen kijken, ze maakten gebruik van inspraak-momenten. Ze organiseerden publieksbijeenkomsten en demonstraties. Er was veel inzet en veel creativiteit. Het was waardevol om deze praktijken uit te wisselen, zo konden we veel van elkaar leren.

De ervaringen waren enerzijds heel verschillend, maar er waren ook gemeenschappelijke kenmerken. Steeds bleken er lokale spelers die heel veel macht hadden, en die de toekomst van de opvang bepaalden. Soms was dat een ambtenaar, soms een wethouder, soms de burgemeester. Vrijwel nooit wordt hardop gezegd dat de opvang gesloten moet worden, maar er vindt soms wel subtiele tegenwerking plaats: traag uitbetalen van toegezegde gelden aan de organisatie, onduidelijkheid over de vergunning voor het gebruik van het gebouw, aanscherpen van criteria voor op te vangen personen. We hoorden ook hoopvolle verhalen, bijvoorbeeld over de buurt die de dreigende sluiting van de opvang tegenhield, en een wethouder die bijdraaide dankzij het bovengenoemde rapport van Sabine Koppes.

Marieke van Doorninck van ASKV en René Rouwette van Kompass hielpen mee bij het zoeken naar nieuwe ingangen: heb je al geprobeerd om raadsvragen te stellen? Zou je het niet via de burgemeester aankaarten? Zoek naar indicatoren die voortgang van de bewoners meten, los van de eind-uitkomst (terug of status). En: neem het initiatief, doe zelf een voorstel voordat de andere partij de kaders neerlegt! Deze praktische tips waren voor alle aanwezigen erg nuttig.

Ook wij, stichting LOS kunnen met de uitkomsten verder: kunnen we niet gezamenlijk indicatoren opstellen voor tussentijdse voortgang bij de individuele bewoners? En hoe kunnen we meer kansen krijgen voor statusverlening, waaronder buitenschuld? Dit zal zeker terugkomen in de toekomst.

Unionize! Basic Rights Festival op 30 juni in Amsterdam

Steeds meer mensen stromen binnen, tientallen ongedocumenteerden uit het hele land die zijn gekomen voor de lancering van de website www.basicrights.nl op 30 juni in het Wereldhuis in Amsterdam. Op deze website staan in drie talen de rechten die mensen zonder verblijfsvergunning in Nederland hebben. Zoals het recht op onderwijs, het recht op medische zorg, het recht op veilige aangifte bij de politie. Het is belangrijk om je rechten te kennen, en nog belangrijker om te weten hoe je die kunt realiseren.

In de workshops over onderwijs, werk, politie, EHBO en schrijven van blogs luisteren de aanwezigen aandachtig en stellen relevante vragen. Kunnen ongedocumenteerden geld vragen als ze je helpen met het repareren van je fiets? Hoe voorkom je problemen als je op kinderen past terwijl je geen verblijfsvergunning hebt? Hoe kun je voorkomen dat de politie je oppakt als je als ongedocumenteerde in het huis woont van iemand die verdacht wordt van criminele activiteiten? Kun je cursussen volgen in het reguliere onderwijs, en kun je daar een certificaat voor krijgen? Hoe zorg je dat je ervaringen als ongedocumenteerde zo goed mogelijk gehoord worden? En een heel bijzondere: EHBO-lessen, aangeboden door het Rode Kruis.

De aanwezige deskundigen willen zo goed mogelijk informeren, maar de wetten zijn niet eenvoudig. De FNV wil opkomen voor álle werkers, niet alleen werkers met papieren. Maar er is ook concurrentie, en zwart werk verdringt wit werk. Catelene Passchier, vice-voorzitter van de FNV en ook vice-voorzitter van de ILO, de internationale arbeidsorganisatie, pleit voor een vorm van legalisatie na jarenlang wonen en werken, maar dat zal in Nederland niet makkelijk te realiseren zijn. Mensen van PAO, het Project Activering Ongedocumenteerden van het ASKV in Amsterdam vertellen over de cursussen die zij aanbieden, maar zij kunnen de bezoekers uit Rotterdam en Den Haag niet een vergelijkbare cursus aanbieden. De politie wil zoveel mogelijk ongedocumenteerden de kans geven om veilig aangifte te doen, maar ook zij kunnen niet voorkomen dat onschuldige mensen soms toch naar hun papieren gevraagd worden waardoor ze in vreemdelingendetentie kunnen komen.

Het is daarom des te belangrijker voor de aanwezige ongedocumenteerden om samen te werken en samen op te komen voor hun rechten. Dat gebeurde in het tweede deel, waarin zo’n 30 aanwezige ongedocumenteerden uit onder andere Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Eindhoven samen nadachten over betere samenwerking. Yoonis Osman vertelde hoe We Are Here de stad Amsterdam in beweging heeft gebracht. En Mpanzu Bamenga uit Eindhoven vertelde hoe hij, door het inzetten van zijn hele netwerk, het van ongedocumenteerde jongere tot kandidaat-tweedekamerlid heeft geschopt. Ook andere ongedocumenteerden vertelden hun verhalen; daarmee raakten zij iedereen! De gedeelde ervaringen zijn een goed startpunt voor gezamenlijke actie. Daar wordt de komende maanden mee doorgegaan.

En tenslotte was er eten, muziek en dansen! Daar had helaas niet iedereen meer energie voor – de bezoekers van buiten Amsterdam wilden ook weer op tijd terug reizen.

Zonder reden in detentie

‘Ik snap er niets van’, vertelt de medewerker van VluchtelingenWerk Midden Nederland die ons belt, ‘mijn cliënt is zomaar in vreemdelingendetentie gezet. En nu werd me gezegd dat ik jullie moest bellen.’

detention

Bij stichting LOS is het Meldpunt Vreemdelingendetentie gevestigd, waar we proberen zicht te krijgen op de omstandigheden in Vreemdelingendetentie. Vreemdelingen die vast zitten ‘ter fine van uitzetting’ kunnen gratis bellen op ons 0800-nummer. We helpen dan met individuele en collectieve klachten, bijvoorbeeld over de toegang tot medische zorg, het vervoer naar de rechtbank, het gebruik van strafmaatregelen zoals isolatie. We gaan ook in gesprek met de directie, als dat van toepassing is.

Maar dat is natuurlijk nooit bevredigend. Vreemdelingendetentie is een ‘uiterst middel’, zoals de staatssecretaris schrijft. Het valt mensen heel zwaar om ineens de regie over hun leven kwijt te zijn. In veel gevallen helpt het ook niet om uitzetting te vergemakkelijken. De medewerker van VluchtelingenWerk begrijpt er niets van: ‘de regels zijn overal anders, het is heel onoverzichtelijk. In sommige steden is er noodopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers, in andere steden niet. In sommige steden is de gemeente behulpzaam, in andere niet. Soms is de politie toegankelijk voor ongedocumenteerden, soms niet. Waarom mijn cliënt is vastgezet, snap ik echt niet. Ik ga met de advocaat bellen, en geef hem het telefoonnummer van het Meldpunt Vreemdelingendetentie door.’

Alles is vol!

Vandaag belde iemand van het Leger des Heils in Dordrecht. Er was een jongen aan komen lopen, die uit het Asielzoekerscentrum Gorinchem was gezet omdat hij uitgeprocedeerd was. Volgens de informatie op de website van Stichting LOS zou het Leger des Heils in Dordrecht opvang kunnen bieden, maar de betrokken medewerker was hier niet van op de hoogte. ‘Nee, het Leger des Heils vangt soms wel eens mensen op die nog ‘rechtmatig’ in Nederland zijn. Maar uitgeprocedeerden vallen daar helaas niet onder. Dus sorry, we moeten hem wegsturen, mevrouw’.

Vanuit de Nederlandse Asielzoekerscentra worden dagelijks mensen op straat gezet. Bezorgde vrienden en hulpverleners bellen regelmatig met Stichting LOS met de vraag om onderdak. Er staat een lijst met hulporganisaties op onze website, maar die is niet landelijk dekkend. Als uitgeprocedeerde asielzoekers in een AZC in Zeeland wonen, of in Limburg, of in Friesland, dan is er geen organisatie in de buurt waar wij ze naar toe kunnen verwijzen. En ook al is er wél een organisatie in de buurt, dan nog is het maar de vraag of die organisatie plaats heeft, en of de hulpvrager onder de criteria valt. Vaak kunnen we nergens naar verwijzen.

Telefonisch is het makkelijk om ‘nee’ te zeggen. Het is verleidelijk om afstand te houden: ‘Het is niet ons probleem, hij moet zelf maar wat zoeken, in zijn eigen netwerk…’ Maar waren we niet juist opgericht om de hulp aan ongedocumenteerden toegankelijk te maken?

Alles is vol – maar daar mogen we eigenlijk geen genoegen mee nemen.

Prooi voor mensenhandelaars?

‘Het is nog zo’n puber, die Servische jongen die we nu in huis hebben’, zegt een Amsterdamse vrouw die belt met Stichting LOS. ‘Hij slaapt de hele dag, en ’s nachts is hij op pad. Hij sluit zich af voor ons. Wat kunnen we doen?’

Haar verzuchting gaat over een Servische jongen die op zijn 18de door zijn ouders op straat gezet was. Hij moest het zelf maar rooien. Homo en gehandicapt, dat is niet de beste combinatie. Op de bonnefooi is hij naar Europa getrokken, in de hoop op een betere toekomst. Nu gaat hij zwervend door Europa, steeds op zoek naar mensen waar hij even mag slapen. Meestal oudere mannen, die hij via Grindr vindt, of via zijn nachtelijke uitstapjes langs homo-bars. Dan heeft hij weer even onderdak, tot ze genoeg van hem hebben.

red-umbrella-94328

Nu geniet hij dus tijdelijk van een bed bij een Nederlands gezin. Die willen hem niet gebruiken. Maar hoe kunnen ze hem helpen? Asiel zal hij niet krijgen, want Servie is een ‘veilig herkomstland’. ‘Veilig’, zo voelt het daar niet voor hem. In Nederland komt hij ook niet verder: studeren mag niet zonder verblijfsvergunning, en werken ook niet natuurlijk. Het is geen hoopvol perspectief.

Het Nederlandse gezin zal hem niet voor altijd op gaan vangen. De Amsterdamse BBB-opvang voor mensen zonder verblijfsvergunning is vol. Dus zal hij weer terugvallen op zijn oude gewoonten. Tot nu toe viel hij nog niet in handen van mensenhandelaren. Maar dat risico is groot, natuurlijk. Als het zo ver komt, heeft hij recht op bescherming. Dan kan hij terecht bij de officiële opvang en krijgt hij hulp om zijn leven op te bouwen. Je zou hem gunnen dat het niet zo ver hoeft te komen.

(NB: de personen op de foto zijn niet de personen uit het verhaal)

Geen recht op toeslagen bij gezinslid zonder vergunning

‘Hoe moeten we het zonder toeslagen redden?’. Meneer B is Burundees en woont al bijna 20 jaar in Nederland. Hij heeft veel medische klachten en kan daarom niet aan het werk komen. Eigenlijk komt hij de deur bijna niet meer uit. Van zijn bijstandsuitkering komt hij net rond. Maar nu woont mevrouw A bij hem, een asielzoekster die hij vijf jaar geleden heeft leren kennen. Samen kregen ze drie kinderen. Met de kinderen is hij erg gelukkig, het verzacht zijn eenzaamheid en isolement.

african family

Helaas verloor zijn partner enkele maanden geleden haar asielprocedure. Daarmee verliest zij ook haar recht op de uitkering van het COA. En nog erger, meneer B verliest zijn recht op toeslagen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag en kindertoeslag. De toeslagen die hij eerder kreeg, worden zelfs met terugwerkende kracht gekort, vanaf de datum dat het rechtmatig verblijf van zijn partner is beëindigd. Hij moet nu dus duizenden euro’s terugbetalen aan de belastingdienst. En hij zal bovendien in de toekomst met veel minder geld moeten rondkomen. Hoe moet hij nu voor zijn vrouw en kinderen zorgen? Moet hij zijn vrouw wegsturen? Moet hij zelf na 20 jaar weer naar Burundi verhuizen? Hoe kan hij daar voor zijn kinderen zorgen? Zullen zij wel een goede toekomst hebben in Burundi?

Helaas heeft de Raad van State goedgekeurd dat toeslagen met terugwerkende kracht worden gekort als een gezinslid met terugwerkende kracht zijn/ haar vergunning verliest. Huishoudens met een gezinslid zonder verblijfsrecht houden daardoor nauwelijks meer voldoende geld over om te overleven. Als ouders ervoor kiezen om tóch samen in Nederland voor hun kinderen te blijven zorgen, zullen deze legale kinderen noodgedwongen moeten leven in armoede.

(NB: de personen op de foto zijn niet de personen uit het verhaal)