Werk voor (uitgeprocedeerde) asielzoekers in Nederland?

Deze week belde een bezorgde burger die een uitgeprocedeerde asielzoeker in zijn eigen huis opvangt naar het Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt. Deze man, ondernemer, snapt Nederland niet: ‘Waarom krijgt mijn gast niet een tijdelijke vergunning, waardoor hij kan bewijzen wat hij waard is? Als hij binnen een bepaalde periode werk kan vinden, laat hem dan blijven! Ik wil hem graag in dienst nemen, maar dat durf ik nu niet. En ik ken wel meer ondernemers die op zoek zijn naar gemotiveerde werknemers.’

Duitse werkgevers zitten met hetzelfde probleem. Zij hebben moeite om hun vacatures op te vullen, en vragen de politiek meer ruimte om asielzoekers als werknemers te kunnen behouden. Zelfs in Bundesland Beieren, waar de weerstand tegen asielzoekers hoog is, vragen werkgevers aan de Federale overheid om asielzoekers die bij hen werken niet uit te zetten. Zij zouden makkelijker een status als arbeidsmigrant moeten kunnen krijgen. Kan Nederland wat leren van de discussie in Duitsland?

De werkloosheid in Nederland is vergelijkbaar met die in Duitsland: 3,7% van de beroepsbevolking is momenteel werkloos, in Duitsland is dat 3,5%. Ook in Nederland hebben werkgevers moeite om geschikte en gemotiveerde werknemers te vinden. In tegenstelling tot Duitsland, waar asielzoekers gestimuleerd worden om te werken, is het voor asielzoekers in Nederland moeilijk om werk te vinden – zij moeten eerst zes maanden wachten, en werkgevers hebben toestemming van het UWV nodig. Uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland mogen helemaal niets doen, terwijl in Duitsland ook uitgeprocedeerde asielzoekers mogen werken of studeren zolang ze niet uitzetbaar zijn. Net zoals in Duitsland kunnen asielzoekers niet zomaar een status als arbeidsmigrant krijgen. Uit deze vergelijking blijkt dat ook Nederlandse werkgevers waarschijnlijk ruimte zien voor aanpassing het arbeidsmarktbeleid voor asielmigranten.

Voor asielzoekers is het belangrijk als zij meer mogen werken. Uit onderzoek[1] blijkt dat gedwongen nietsdoen leidt tot passiviteit, meer risico op trauma’s en minder kans op succesvolle integratie. Nietsdoen maakt bovendien ook de terugkeer moeilijker als asielzoekers afgewezen worden: na langdurige gedwongen passiviteit is het moeilijk om energie op te brengen voor een nieuwe start in het herkomstland. Bovendien: terugkeer met opgeheven hoofd is veel makkelijker dan terugkeer als looser.

Als hulpverleners aan uitgeprocedeerde asielzoekers schreven we daarom een Manifest[2], waarin we pleiten voor recht op (vrijwilligers) werk en studie. Het is belangrijk dat de wettelijke belemmeringen opgeheven worden, zeker in het kader van de nieuwe landelijke BBB (Bed-Bad-Brood)-regeling waarin begeleiding van uitgeprocedeerden naar duurzaam perspectief centraal staat. We verwijzen daarbij ook naar het Duitse asielsysteem, waar onuitzetbare asielzoekers een Duldung krijgen. Met deze Duldung houden zij recht op sobere opvang en blijven zo in beeld. Ook mogen zij (onder voorwaarden) studeren en werken. Als zij langdurig onuitzetbaar blijken, kan hun verblijf uiteindelijk gelegaliseerd worden. Daarbij weegt de mate van integratie mee. Maar ook al worden zij misschien toch uitgezet, dan was hun tijd in Europa niet voor niets. Doordat zij hun veerkracht konden behouden, zal het hen minder zwaar vallen een nieuwe start te maken in hun herkomstland.

Zowel de Duitse Duldung, als de nieuwe Duitse regels voor toelating als arbeidsmigrant lijken ook in Nederland de moeite van het overwegen waard.

[1] C.J. Laban, Dutch study Iraqi asylum seekers. Impact of a long asylum procedure on health and health related dimensions among Iraqi asylum seekers in the Netherlands. An epidemi-ological study. Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 2010.

ACVZ Verloren tijd, mei 2015

[2] http://iedereen-aandeslag.nl/manifest/

Advertenties

Vertrouwen?

politiecontrole

‘Wij kunnen met onze hulpverlening alleen maar resultaat boeken als onze bewoners vertrouwen in ons hebben’, aldus een medewerker van het Jongerenhuis in Eindhoven tijdens de bijeenkomst over de toekomst van de Bed-Bad-Brood opvang, afgelopen woensdag. Het ging over samenwerking met de Rijksoverheid: met de Dienst Terugkeer en Vertrek en de Vreemdelingenpolitie (AVIM). Kunnen we mensen beter helpen als de samenwerking verbetert? Of worden de bewoners juist bang als ze weten dat informatie gedeeld wordt met de politie?

De ervaringen van de hulpverlening aan ongedocumenteerden met de Vreemdelingenpolitie zijn niet goed, zeker niet de laatste weken. In februari werd een Pakistaans gezin dat al anderhalf jaar met medeweten van de burgemeester opgevangen werd op de Veluwe, opgehaald door de politie en uitgezet naar Polen. In dezelfde periode werd een Armeens gezin opgehaald uit de opvang in Emmen. En in Drachten werd een gemeentelijk opvanghuis voor ongedocumenteerden doorzocht, zonder dat de hulpverleners daarover geïnformeerd waren.

Met zo’n politie-inval is het legaliseringstraject wat was ingezet in elk geval doorbroken. Hulpverleners moeten opnieuw beginnen met opbouwen van vertrouwen en hun plannen aanpassen aan de nieuwe situatie. Bij sommige cliënten is het de breuk definitief: zij worden uitgezet en we horen nooit meer wat. Maar ook andere cliënten die dit van dichtbij meemaken haken soms af: zij worden bang en vertrekken uit de opvang. Opgejaagde mensen kunnen moeilijk nieuwe plannen maken voor hun toekomst. Onderduiken is nooit behulpzaam bij het vinden van een oplossing.

Vertrouwen is dus essentieel voor goede hulpverlening aan ongedocumenteerden. De voorstellen voor een landelijke Bed-Bad-Brood opvang kunnen alleen maar slagen als dat aspect gewaarborgd blijft.

Opvang voor ongedocumenteerde vrouwen

1. Inleiding

Migrantenvrouwen zijn krachtige vrouwen. Het vraagt vastberadenheid en doorzettingsvermogen om de tocht van een veilige woonplek naar een onbekend land te maken. Zeker als niet duidelijk is hoe de toekomst eruit komt te zien: asielzoekers en andere migranten kunnen niet bij voorbaat rekenen op een welkome ontvangst en en warm huis.

Migratiewetgeving is wreed: niet iedereen die erom vraagt krijgt een verblijfsvergunning. De verbinding tussen migratiewetgeving en sociale wetgeving ontzegt vrouwen zonder verblijfsvergunning de toegang tot sociale zekerheid, inclusief de vrouwenopvang.

 

2. Rechtspositie vrouwen zonder verblijfsrecht

Een Iraaks-Koerdische vrouw met minderjarig kind zonder verblijfsvergunning is uit huis gevlucht vanwege huiselijk geweld (en na haar vlucht ook risico op eerwraak). Zij heeft aangifte gedaan bij de politie. Maar de vrouwenopvang weigerde te helpen zolang deze vrouw geen verblijfsvergunning had. Vrouwenopvangen uit verschillende steden verwezen naar elkaar als verantwoordelijke locatie. Uiteindelijk is vanuit een tijdelijk  informeel onderduikadres een aanvraag verblijfsvergunning als slachtoffer eerwraak ingediend. Dit onderduikadres kon echter niet de juiste begeleiding bieden vanwege het hoge risico op eerwraak en omdat de ex-man actief op zoek was naar de vrouw en wist in welke plaats hij moest zoeken. Pas maanden later accepteerde één van de locaties voor vrouwenopvang haar verantwoordelijkheid en ving de vrouw op. Zij heeft uiteindelijk een verblijfsvergunning gekregen.

In 1998 heeft Nederland migranten zonder verblijfsvergunning uitgesloten van vrijwel alle vormen van sociale zekerheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor het recht op bijstand, de daklozen- en vrouwenopvang, een ziektekostenverzekering en het recht op onderwijs voor volwassenen. Vanzelfsprekend kunnen ongedocumenteerden ook niet legaal werken en belasting betalen. Het doel van deze wetgeving was om illegaal verblijf te ontmoedigen en te voorkomen dat ongedocumenteerden hun verblijf zouden kunnen verlengen door gebruik te maken van sociale zekerheid.

Gevolg van deze wetgeving in een gereglementeerd land als Nederland is echter ook, dat migranten zonder verblijfsvergunning voor hun overleven afhankelijk worden van hun sociale netwerk en illegale constructies. Zo kunnen ze bij kennissen intrekken zonder zich te melden, maar dat kan bijna nooit voor lange tijd. Ongedocumenteerden die geld hebben kunnen illegaal onderhuren, maar ze hebben dan geen enkele bescherming als huurder en kunnen dus makkelijk hun woning weer verliezen. Om te werken kunnen ze gebruik maken van papieren van iemand anders, maar dan moeten ze natuurlijk wel een groot deel van hun verdiensten afstaan. In het particuliere circuit kunnen ze soms werk vinden als illegale schoonmaakhulp. In al deze gevallen zijn ze kwetsbaar en er kan makkelijk misbruik gemaakt worden van hun positie. Dat geldt met name voor ongedocumenteerden die volledig afhankelijk zijn van hun partner en geen eigen huisvesting of inkomsten hebben.

 

3. Immigratie-wetgeving

Een vrouw zonder verblijfsvergunning uit Mongolië werd slachtoffer van seksueel geweld door haar huurbaas. Hij dwong haar met hem seks te hebben en hij had daarvan in het geheim videobeelden gemaakt. Nadat zij was verhuisd confronteerde hij haar met de beelden en dreigde die te verspreiden onder de Mongoolse gemeenschap. Veel Mongoolse mensen huren ook bij hem. Na de bedreigingen heeft de vrouw een melding gedaan bij de politie. De politie heeft geadviseerd om een andere woning te zoeken en van telefoonnummer te wisselen. Haar is geen vrouwenopvang aangeboden. De vrouw koos ervoor om geen aangifte te doen omdat de bedreigingen afnamen en ze niet overtuigd was van de bescherming die de politie kon bieden.

 

A. Partners met een afhankelijke vergunning

Strikte immigratiewetten maken het moeilijk om met een partner uit het buitenland legaal naar Nederland te halen om hier samen te kunnen zijn. Er moet aan veel voorwaarden worden voldaan: de Nederlandse partner moet voldoende verdienen, en de buitenlandse partner moet een visum uit het buitenland halen en een ‘inburgeringstoets’ doen. De buitenlandse partner is in deze situatie minstens 5 jaar afhankelijk van de partner in Nederland, voordat zelfstandig verblijfsrecht ontstaat.

 

B. Partners zonder vergunning

Het komt regelmatig voor dat partners niet aan de bovengenoemde voorwaarden kunnen voldoen, en er dan voor kiezen om illegaal samen te wonen. De buitenlandse partner vraagt dan geen verblijfsvergunning aan, maar komt gewoon bij de legale partner in Nederland wonen. Partners kiezen hiervoor bijvoorbeeld als het inkomen van de partner in Nederland niet hoog genoeg is, de buitenlandse partner niet in staat is om het inburgeringsexamen te halen, of de drempel om terug te keren voor het ophalen van het visum te hoog is. Koppels blijven vaak jarenlang illegaal samenwonen, zonder uitzicht op een zelfstandige verblijfsvergunning.

 

C. Afgewezen asielzoekers

Tenslotte bestaat er een grote groep afgewezen asielzoekers die hun recht op opvang verliezen na afloop van hun asielprocedure. Deze afgewezen asielzoekers trekken soms uit noodzaak in bij iemand die hen onderdak aanbiedt, omdat ze anders geen dak boven hun hoofd hebben. Immers, zonder verblijfsrecht is er geen recht op werk, op sociale voorzieningen en ook geen toegang tot de daklozenopvang. Gratis inwonen, soms in combinatie met huishoudelijk werk, is dan de enige optie die over is. Dit zijn geen relaties die uit vrije wil zijn aangegaan. De afhankelijkheid van degene die onderdak aanbiedt is in dergelijke omstandigheden erg groot.

In alle hierboven beschreven situaties is de buitenlandse partner langdurig op meerdere terreinen afhankelijk van de partner in Nederland. Dit kan makkelijk leiden tot misbruik en tot huiselijk geweld.

 

4. Praktijk van de hulpverlening voor slachtoffers huiselijk geweld met onzeker verblijfsrecht

A. Partners met een afhankelijke vergunning

Een Marokkaanse vrouw met afhankelijk verblijfsrecht was slachtoffer van huiselijk /eergerelateerd geweld. Haar man had haar na  haar 10 dagen misbruikt/verkracht  te hebben bij zijn moeder gebracht, die haar de volgende dag op straat zette. Via de moskee zocht zij toen hulp.  De vrouwenopvang wilde haar ondanks aandringen van de gemeente niet opnemen omdat er op dat moment geen directe dreiging van haar man was. Zonder dreiging geen opvang,dat waren hun criteria. Deze vrouw heeft door bemiddeling van de informele opvang uiteindelijk wel haar verblijfsvergunning voortgezet verblijf vanwege huiselijk geweld gekregen.

Voor partners met een afhankelijke verblijfsvergunning die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, is de toegang tot de vrouwenopvang niet vanzelfsprekend, zoals het bovenstaande voorbeeld laat zien. Toch zijn er gelukkig ook veel organisaties voor vrouwenopvang die wel helpen. Omdat deze vrouwen verblijfsrecht hadden bij binnenkomst in de vrouwenopvang, voldoen zij ook aan de criteria voor toelating en krijgt de vrouwenopvang voor hen ook voldoende betaald. De vrouwenopvang in de grote steden is erg bekend met deze doelgroep en ondersteunt hen ook daadwerkelijk.

In geval van aantoonbaar huiselijk geweld kan relatief makkelijk een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verkregen worden. Voorwaarde is dat melding van het huiselijk geweld wordt gedaan bij de politie en een verklaring van een arts of hulpverlener (bijvoorbeeld van de vrouwenopvang) wordt overlegd. Dergelijke aanvragen worden relatief vaak ingewilligd: 83% over de periode 2013-2016[1].

 

B. Partners zonder vergunning

Vanwege ruzie tussen een Guineese vrouw zonder verblijfsvergunning en haar partner hebben de buren de politie gebeld. Er blijkt sprake van huiselijk geweld. De politie vraagt de vrouw om naar bureau te komen voor aangifte. De aangifte wordt opgenomen maar de vrouw wordt vervolgens in vreemdelingenbewaring gezet, haar uit te zetten! Er is door de politie geen vrouwenopvang benaderd. Toen de uitzetting niet lukte en de vrouw weer vrij kwam moest ze opvang zoeken in het informele circuit.

Voor partners zonder verblijfsvergunning die bij hun legale partner inwonen omdat zij geen verblijfsvergunning konden krijgen, is het veel moeilijker om tot de vrouwenopvang toegelaten te worden. De informele hulpverlening aan vrouwen zonder verblijfsvergunning heeft talloze verhalen waaruit blijkt dat de vrouwenopvang deze doelgroep regelmatig opvang weigert. Sommige instellingen voor vrouwenopvang hebben een beperkt aantal bedden beschikbaar voor vrouwen zonder verblijfsvergunning, en als deze bezet zijn weigeren zij volgende hulpvragers. Andere instellingen stellen een termijn: maximaal 6 maanden, daarna moet de vrouw vertrekken ook al is er geen vervolg-opvang. Weer anderen worden strikter in het toelatingscriterium ‘dreigend huiselijk geweld’ als het om ongedocumenteerde vrouwen gaat. Er zijn zelfs instellingen voor vrouwenopvang die de opvang weigeren met een beroep op de landelijke wetgeving, zelfs als de gemeente de financiering van het bed garandeert. De vrouwenopvang voelt zich genoodzaakt tot dergelijke maatregelen omdat het heel moeilijk is om een verblijfsvergunning te krijgen en/of een vervolg-traject voor deze vrouwen op te zetten.

Deze vrouwen kunnen weliswaar een verblijfsvergunning als slachtoffer van huiselijk geweld aanvragen, maar het is moeilijker om hierop een positief antwoord te krijgen. Het is moeilijker om aan de voorwaarden te voldoen: de drempel om naar de politie te gaan voor deze groep vrouwen hoger, en er zijn ook minder vaak professionele hulpverleners betrokken die een verklaring kunnen schrijven. Bovendien moet een vrouw zonder verblijfsvergunning ook nog aantonen dat het geweld in het herkomstland door zal gaan, wat niet altijd makkelijk te bewijzen is. De cijfers laten ook zien dat van deze doelgroep maar ongeveer 1/3 van de aanvragen voor een zelfstandige verblijfsvergunning wordt ingewilligd[2].

Als een vrouwenopvang zo’n vrouw opvangt, blijkt uit de praktijk ook dat het moeilijk is om de vrouw goed te begeleiden. Want waar kan een vrouw heen die niet legaal kan worden en dus niet zelfstandig kan gaan wonen? Moet zo’n vrouw eeuwig in de vrouwenopvang blijven? Dit is een dilemma wat leidt tot beperkingen aan de voorkant, en dus strengere criteria om vrouwen zonder verblijfsvergunning op te vangen.

 

C. Afgewezen asielzoekers

Bij de Noodhulporganisatie in Nijmegen komt een Guineese vrouw helemaal ontredderd aan. Ze was de dag daarvóór uit het Asielzoekerscentrum op straat gezet, omdat haar asielprocedure afgelopen was en ze geen recht meer had op een bed. Ze wist niet wat ze moest doen, had aan willekeurige voorbijgangers om hulp gevraagd en was uiteindelijk door één van hen mee naar huis genomen. Daar was ze misbruikt.

Een Centraal-Irakese vrouw was 2 maanden zwanger van haar eerste kind toen ze haar huis ontvluchtte. Ze was drie maanden daarvoor religieus getrouwd nadat ze uit het asielzoekerscentrum gezet was omdat haar asielverzoek was afgewezen. Haar man sloot haar vanaf het begin op in huis. Zelf ging hij dan werken en kwam ’s avonds weer terug. Toen hij er achter kwam dat ze zwanger was ontkende hij dat het kind van hem was. Hij sloeg haar meerdere keren en heeft ook in haar buik geslagen. Op een onbewaakt moment is de vrouw gevlucht. Via vrienden kwam ze uiteindelijk bij de informele hulpverlening terecht. De politie is geinformeerd. Maar de vrouwenopvang is niet benaderd omdat uit ervaring bekend was dat ze zouden weigeren.

Vrouwen die op straat gezet worden vanuit de Asielzoekerscentra hebben geen recht op onderdak.De wet Maatschappelijke Opvang heeft een clausule waarin dit expliciet vermeld is. Wel kunnen gemeenten eigen beleid ontwikkelen, wat een dertig-tal gemeenten in Nederland inderdaad heeft gedaan. Maar de informele opvang die door deze gemeenten speciaal voor uitgeprocedeerde asielzoekers is ingericht, heeft onvoldoende plaats voor al deze personen. Bovendien willen de opvangende gemeenten meestal geen mensen van buiten hun regio opvangen, zodat voor afgewezen asielzoekers uit bepaalde regio’s helemaal geen opvangvoorziening beschikbaar is waartoe zij zich zouden kunnen wenden. Het is onduidelijk hoe deze personen overleven en in hoeverre zij huiselijk geweld ervaren.

 

5. Aantallen?

A. Partners met een afhankelijke vergunning

In 2016 kwamen ongeveer 7.000 gezinsmigranten met een inburgeringsexamen naar Nederland, daarvan was ¾ vrouw[3]. Zij kregen allemaal een afhankelijke verblijfsvergunning. Dat betekent dat jaarlijks ruim 5.000 vrouwen met een afhankelijke vergunning naar Nederland komen. Zij zijn gedurende vijf jaar afhankelijk van hun partner en kunnen alleen onder voorwaarden een zelfstandige vergunning krijgen in het geval van huiselijk geweld. Dat betekent dat ongeveer 25.000 vrouwen van hun partner afhankelijk zijn voor hun verblijfsrecht.

Van 2005 – 2007 werden door afhankelijke partners 604 aanvragen voor voortgezet verblijf ingediend vanwege huiselijk geweld, van deze aanvragen is 82% toegewezen. De 604 aanvragen betroffen onder andere 178 Marokkaanse vrouwen en 109 Turkse[4]. In de jaren 2013-2015 vroegen 620 vrouwen die van hun partner afhankelijk waren een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf vanwege huiselijk geweld. Daarvan werd gemiddeld 83% toegewezen[5].

 

B. Partners zonder vergunning

De aantallen vrouwen zonder verblijfsvergunning zijn niet bekend, want zij zijn niet geregistreerd.

Het WODC[6] schat het aantal ongedocumenteerden in 2013 op ongeveer 35.000, waarvan ongeveer 10.000 vrouw zou zijn. Van deze ongedocumenteerden zou ongeveer de helft een asiel-achtergrond hebben, de rest had andere redenen om naar Nederland te komen en te blijven. Daaronder vallen ook de ongedocumenteerde vrouwen die zonder verblijfsrecht bij hun partner zijn komen wonen.

 

C. Afgewezen asielzoekers

Van de 30.000 asielverzoeken waarover Nederland in 2016 besloot, werd ruim 8.000 afgewezen. Gemiddeld is een kwart van de asielverzoekers vrouw[7] . Dat betekent dat ongeveer 2.000 vrouwelijke asielzoekers afgewezen zijn. Niet al deze vrouwen komen op straat terecht: vrouwen met kinderen houden opvang een een speciale Gezinslocatie. Vrouwen zonder kinderen verliezen wel hun recht op opvang en komen op straat terecht.

De groep vrouwen zonder verblijfsvergunning is extreem afhankelijk en loopt dus een groot risico op misbruik en huiselijk geweld. In de jaren 2013-2015 vroegen 100 vrouwen zonder verblijfsvergunning een verblijfsvergunning vanwege huiselijk geweld. Daarvan werd gemiddeld 30% toegewezen, dat zijn minder dan 30 statussen[8].

 

6. Verwachtingen vanwege internationale wetgeving voor slachtoffers huiselijk geweld

Zowel de Slachtofferrichtlijn als het Istanbul Protocol zijn van toepassing voor slachtoffers van huiselijk geweld zonder verblijfsrecht.

Het Vedrag van Istanbul verplicht de Nederlandse overheid om hulp te bieden aan álle slachtoffers van huiselijk geweld, zonder onderscheid naar verblijfsstatus[9]. Hiervoor moet ook passende opvang beschikbaar zijn[10]. Nederland is sinds 2016 bij het Verdrag van Istanbul aangesloten. Er zijn nog geen ervaringen dat het verdrag is ingeroepen bij weigering van opvang voor vrouwen zonder verblijfsvergunning.

De Europese Slachtofferrichtlijn verplicht Nederland om slachtoffers (onder andere van huiselijk geweld) te helpen zonder onderscheid naar verblijfsstatus. Ook als bijzondere nazorg nodig is, zoals opvang, verplicht de Slachtofferrichtlijn om die zonder onderscheid in verblijfsstatus aan te bieden[11]. Nederland heeft de Slachtofferrichtlijn geimplementeerd. Tijdens de behandeling van de implementatiewet Slachtofferrichtlijn zijn kamervragen gesteld naar de toegang tot de vrouwenopvang voor vrouwen zonder verblijfsvergunning. De ministeri heeft daarop onderzoek beloofd naar mogelijkheden om de toegang tot de vrouwenopvang voor ongedocumenteerde slachtoffers in de wet te verankeren en de financiering zeker te stellen. Dit rapport zou voor 1 juli 2017 gereed zijn maar is nog niet gepubliceerd[12].

Met een wettelijke verankering zal het voor vrouwen zonder verblijfsvergunning die slachtoffer zijn van huiselijk geweld naar verwachting makkelijker worden om opvang bij de vrouwenopvang te vinden.

 

7. Slot

De praktijk wijst uit dat vrouwen zonder verblijfsvergunning extra kwetsbaar zijn en groot risico lopen om slachtoffer te worden van huiselijk geweld. In Nederland voorziet de wet niet in opvang en bescherming van deze groep vrouwen, terwijl Nederland daar wel toe verplicht is op grond van het Verdrag van Istanbul en de Slachtofferrichtlijn. Het is belangrijk dat hier snel verandering in komt, omdat alleen dán deze vrouwen ook daadwerkelijk een beroep kunnen doen op bescherming.

Maar dit is niet voldoende. Als er voor deze vrouwen geen recht op zelfstandig overleven bestaat, dan komen zij na het beëindigen van de opvang in dezelfde situatie terecht, met dezelfde risico’s. Voor een duurzame bescherming zal het nodig zijn om deze vrouwen een uitweg te bieden die hen op termijn mogelijkheid geeft om zelfstandig te overleven. Als deze mogelijkheid er is, wordt het voor de vrouwenopvang ook makkelijker om deze vrouwen te begeleiden.

[1] CAT-rapportage NLse overheid, 6.7.17
[2] CAT-rapportage NLse overheid, 6.7.17
[3] Significant: Monitor basisexamen inburgering buitenland 2016, Barneveld 2017
[4] IND: Evaluatie gendergerelateerd vreemdelingenbeleid in Nederland, 2008
[5] CAT-rapportage NLse overheid, 6.7.17
[6] WODC: Schattingen illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen 2012 – 2013 , Utrecht 2015
[7] Kamerstuk 34300-VI nr. 19, 19.11.15
[8] CAT-rapportage NLse overheid, 6.7.17
[9] Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld , 2011, artikel 3
[10] Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld , 2011, artikel 23
[11] Slachtofferrichtlijn, artikel 9 lid 3
[12] Kamerstuk 34236 nr.F, 27.1.17

Gescheiden door de immigratiewet

‘We komen net terug uit Marokko, het was erg fijn om mijn partner en de vader van mijn kinderen weer te zien, maar de terugkeer was een drama… ons zoontje van zeven kon niet meer stoppen met huilen, alle bewakers op het vliegveld kregen zo’n medelijden maar niemand kon wat doen’, vertelt een Nederlandse moeder aan de telefoon vandaag. ‘En nu is hij weer zó verdrietig, hij kan niet goed slapen en hij heeft nachtmerries omdat hij zijn vader moest achterlaten. Hoe moet ik hem uitleggen dat zijn vader niet bij ons kan wonen?’

huilend kind

Iemand in Marokko adviseerde haar ons te bellen. Maar Stichting LOS is een tweedelijns-organisatie en kan alleen telefonisch advies geven. We zijn geen advocaten. Wel kunnen we meedenken waar ze het beste terecht kan en welke mogelijkheden er zijn voor een verblijfsvergunning voor haar partner.

Die mogelijkheden lijken in dit geval beperkt: de moeder heeft geen baan, en zelfstandig inkomen is één van de voorwaarden om een partner uit te nodigen. Het ziet er ook niet naar uit dat ze makkelijk een baan zal vinden, met twee kinderen waar ze alléén voor moet zorgen. Verhuizen naar Marokko zit er ook niet in: haar partner heeft geen vaste woonplek en geen inkomen dus hij kan niet voor zijn gezin zorgen.

slapend kind

Misschien biedt in dit geval de band tussen het kind en de vader een kans: als duidelijk is dat het kind erg lijdt onder het gemis van zijn vader, dan is het voor het welzijn van het kind noodzakelijk dat de vader naar Nederland komt. De recente jurisprudentie over de rechten van Nederlandse kinderen (de zaak Chavez-Vilchez) kan misschien gebruikt worden. Daarvoor is het erg belangrijk om objectieve bewijzen te vinden die aantonen dat het het zoontje lijdt vanwege het gemis van zijn vader. Dat kunnen brieven zijn van de school of de huisarts of de kinderpsycholoog, als hij daar bekend zou zijn.

Het voelt niet rechtvaardig, dat een vader na ruim tien jaar in Nederland gedwongen wordt om zijn gezin te verlaten. Helaas is dit de consequentie van het strenge toelatingsbeleid in Nederland.

Lobbyen voor betere opvang

Met zo’n 20 bevlogen medewerkers van opvangorganisaties voor ongedocumenteerden uit een zevental steden zaten we donderdag 13 juli om de tafel om lobby-methoden uit te wisselen die we kunnen gebruiken bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. Iedereen nam zijn of haar eigen ervaringen mee, wat leidde tot een levendige uitwisseling.

Gelukkig ondersteunen tientallen gemeenten nog steeds opvangorganisaties voor mensen zonder verblijfsvergunning, tegenwoordig BBB (Bed-Bad-Brood) genaamd. In totaal worden hier ongeveer 1500 mensen opvangen. Helaas staat de opvang nu bijna overal onder druk. Het Rijk betaalt er niet meer voor, en de doorstroom stagneert vaak. Dat betekent dat er vanuit de gemeente geld bij moet. Gemeenten hebben enerzijds belang bij de opvang, omdat geen enkele gemeente wil dat mensen onder de brug slapen. Maar ze maken zich ook zorgen om de lange termijn: hoe kan de financiering geborgd worden? En hoe kan de uitstroom verbeterd worden?

Daarom organiseerde Stichting LOS samen met het ASKV uit Amsterdam en Burgerrechtenbeweging Kompass deze lobbytraining voor lokale opvang-organisaties. Vooruitlopend op de aankomende gemeenteraadsverkiezingen wilden we organisaties stimuleren om het belang van de opvang (én de daarbij horende begeleiding) onder de aandacht van de politieke partijen te brengen en te houden.

Om het plaatje weer scherp te krijgen, hadden we Sabine Koppes gevraagd om te vertellen waarom opvang en begeleiding zo belangrijk zijn. Sabine heeft voor Amnesty International onderzocht hoe bewoners van de BBB-opvang in vier gemeenten denken over hun gezondheid en hun toekomst. Haar cijfers waren schokkend: de meerderheid van de bewoners van de opvang heeft fysieke en psychische klachten, en een groot deel heeft zelfmoord-fantasien. Bovendien is de toekomst voor velen een zwart gat. Dat vraagt om deskundige begeleiding, en die blijkt helaas te ontbreken wanneer alleen nachtopvang wordt geboden. Het is duidelijk dat er een maatschappelijk belang is bij professionele opvang.

Opvallend was dat de aanwezige organisaties allemaal al veel ondernomen hadden om hun werk lokaal onder de aandacht te brengen. Ze hadden contact met de lokale ambtenaar, wethouder, raadsleden en waar mogelijk zelfs met de burgemeester. Ze hadden lokale partijen uitgenodigd om te komen kijken, ze maakten gebruik van inspraak-momenten. Ze organiseerden publieksbijeenkomsten en demonstraties. Er was veel inzet en veel creativiteit. Het was waardevol om deze praktijken uit te wisselen, zo konden we veel van elkaar leren.

De ervaringen waren enerzijds heel verschillend, maar er waren ook gemeenschappelijke kenmerken. Steeds bleken er lokale spelers die heel veel macht hadden, en die de toekomst van de opvang bepaalden. Soms was dat een ambtenaar, soms een wethouder, soms de burgemeester. Vrijwel nooit wordt hardop gezegd dat de opvang gesloten moet worden, maar er vindt soms wel subtiele tegenwerking plaats: traag uitbetalen van toegezegde gelden aan de organisatie, onduidelijkheid over de vergunning voor het gebruik van het gebouw, aanscherpen van criteria voor op te vangen personen. We hoorden ook hoopvolle verhalen, bijvoorbeeld over de buurt die de dreigende sluiting van de opvang tegenhield, en een wethouder die bijdraaide dankzij het bovengenoemde rapport van Sabine Koppes.

Marieke van Doorninck van ASKV en René Rouwette van Kompass hielpen mee bij het zoeken naar nieuwe ingangen: heb je al geprobeerd om raadsvragen te stellen? Zou je het niet via de burgemeester aankaarten? Zoek naar indicatoren die voortgang van de bewoners meten, los van de eind-uitkomst (terug of status). En: neem het initiatief, doe zelf een voorstel voordat de andere partij de kaders neerlegt! Deze praktische tips waren voor alle aanwezigen erg nuttig.

Ook wij, stichting LOS kunnen met de uitkomsten verder: kunnen we niet gezamenlijk indicatoren opstellen voor tussentijdse voortgang bij de individuele bewoners? En hoe kunnen we meer kansen krijgen voor statusverlening, waaronder buitenschuld? Dit zal zeker terugkomen in de toekomst.

Unionize! Basic Rights Festival op 30 juni in Amsterdam

Steeds meer mensen stromen binnen, tientallen ongedocumenteerden uit het hele land die zijn gekomen voor de lancering van de website www.basicrights.nl op 30 juni in het Wereldhuis in Amsterdam. Op deze website staan in drie talen de rechten die mensen zonder verblijfsvergunning in Nederland hebben. Zoals het recht op onderwijs, het recht op medische zorg, het recht op veilige aangifte bij de politie. Het is belangrijk om je rechten te kennen, en nog belangrijker om te weten hoe je die kunt realiseren.

In de workshops over onderwijs, werk, politie, EHBO en schrijven van blogs luisteren de aanwezigen aandachtig en stellen relevante vragen. Kunnen ongedocumenteerden geld vragen als ze je helpen met het repareren van je fiets? Hoe voorkom je problemen als je op kinderen past terwijl je geen verblijfsvergunning hebt? Hoe kun je voorkomen dat de politie je oppakt als je als ongedocumenteerde in het huis woont van iemand die verdacht wordt van criminele activiteiten? Kun je cursussen volgen in het reguliere onderwijs, en kun je daar een certificaat voor krijgen? Hoe zorg je dat je ervaringen als ongedocumenteerde zo goed mogelijk gehoord worden? En een heel bijzondere: EHBO-lessen, aangeboden door het Rode Kruis.

De aanwezige deskundigen willen zo goed mogelijk informeren, maar de wetten zijn niet eenvoudig. De FNV wil opkomen voor álle werkers, niet alleen werkers met papieren. Maar er is ook concurrentie, en zwart werk verdringt wit werk. Catelene Passchier, vice-voorzitter van de FNV en ook vice-voorzitter van de ILO, de internationale arbeidsorganisatie, pleit voor een vorm van legalisatie na jarenlang wonen en werken, maar dat zal in Nederland niet makkelijk te realiseren zijn. Mensen van PAO, het Project Activering Ongedocumenteerden van het ASKV in Amsterdam vertellen over de cursussen die zij aanbieden, maar zij kunnen de bezoekers uit Rotterdam en Den Haag niet een vergelijkbare cursus aanbieden. De politie wil zoveel mogelijk ongedocumenteerden de kans geven om veilig aangifte te doen, maar ook zij kunnen niet voorkomen dat onschuldige mensen soms toch naar hun papieren gevraagd worden waardoor ze in vreemdelingendetentie kunnen komen.

Het is daarom des te belangrijker voor de aanwezige ongedocumenteerden om samen te werken en samen op te komen voor hun rechten. Dat gebeurde in het tweede deel, waarin zo’n 30 aanwezige ongedocumenteerden uit onder andere Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Eindhoven samen nadachten over betere samenwerking. Yoonis Osman vertelde hoe We Are Here de stad Amsterdam in beweging heeft gebracht. En Mpanzu Bamenga uit Eindhoven vertelde hoe hij, door het inzetten van zijn hele netwerk, het van ongedocumenteerde jongere tot kandidaat-tweedekamerlid heeft geschopt. Ook andere ongedocumenteerden vertelden hun verhalen; daarmee raakten zij iedereen! De gedeelde ervaringen zijn een goed startpunt voor gezamenlijke actie. Daar wordt de komende maanden mee doorgegaan.

En tenslotte was er eten, muziek en dansen! Daar had helaas niet iedereen meer energie voor – de bezoekers van buiten Amsterdam wilden ook weer op tijd terug reizen.

Zonder reden in detentie

‘Ik snap er niets van’, vertelt de medewerker van VluchtelingenWerk Midden Nederland die ons belt, ‘mijn cliënt is zomaar in vreemdelingendetentie gezet. En nu werd me gezegd dat ik jullie moest bellen.’

detention

Bij stichting LOS is het Meldpunt Vreemdelingendetentie gevestigd, waar we proberen zicht te krijgen op de omstandigheden in Vreemdelingendetentie. Vreemdelingen die vast zitten ‘ter fine van uitzetting’ kunnen gratis bellen op ons 0800-nummer. We helpen dan met individuele en collectieve klachten, bijvoorbeeld over de toegang tot medische zorg, het vervoer naar de rechtbank, het gebruik van strafmaatregelen zoals isolatie. We gaan ook in gesprek met de directie, als dat van toepassing is.

Maar dat is natuurlijk nooit bevredigend. Vreemdelingendetentie is een ‘uiterst middel’, zoals de staatssecretaris schrijft. Het valt mensen heel zwaar om ineens de regie over hun leven kwijt te zijn. In veel gevallen helpt het ook niet om uitzetting te vergemakkelijken. De medewerker van VluchtelingenWerk begrijpt er niets van: ‘de regels zijn overal anders, het is heel onoverzichtelijk. In sommige steden is er noodopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers, in andere steden niet. In sommige steden is de gemeente behulpzaam, in andere niet. Soms is de politie toegankelijk voor ongedocumenteerden, soms niet. Waarom mijn cliënt is vastgezet, snap ik echt niet. Ik ga met de advocaat bellen, en geef hem het telefoonnummer van het Meldpunt Vreemdelingendetentie door.’